De heren van Linth, leenmannen van de Berthouts (XIIe - XIIIe eeuw)
De eerste vermeldingen van het Lintkasteel (XIVe en XVe eeuw)
De bloeiperiode (XVe - XVIIe eeuw)
De tweede helft van de XVIIIe eeuw
De heropbloei in de XXe eeuw
Het Lintkasteel De eigenaars en leenheren van het Lintkasteel Een poging tot datering Het Lintkasteel nu Bijlagen en Bibliografie
 
In die tijd was het gebruikelijk dat elk kasteel een bidplaats of kapel had. Het feit dat Paus Nicolaas V op 4 november 1450 aan Nicolaas van Heetvelde (nobilis vir) de toelating gaf in de kapel van Lint - wat genoemd wordt "castro suo de Lint, sito infra limites parrochie parrochialis ecclesie de Grymbergen" - een eeuwigdurende kapelanie van drie missen per week te stichten ter ere van de H. Nicolaas en de H. Catharina, laat vermoeden dat dit castrum een kasteel was. Tegelijk werd aan van Heetvelde en zijn erfgenamen het recht toegekend de kapelaan aan te stellen. ARB., Kerkelijk archief van Brabant, 8283: Norbertijnerabdij te Grimbergen, kapel van Lint, bul van paus Nicolaas V, (4 november 1450), zie bijlage 2 Van dan af konden de gelovigen bovendien op bepaalde feestdagen aflaten verdienen in de kapel die eigenlijk aan de H. Drievuldigheid was toegewijd. ARB., Kerkelijk archief van Brabant, 8284:  Norbertijnerabdij te Grimbergen, kapel van Lint, aflaatbrief, (3 maart 1450), zie bijlage 3De inkomsten die dit alles opbracht dienden voor misbenodigdheden, voor onderhoud en herstel van de kapel.

Volgens de overlevering stond deze kapel aan de oostkant van het kasteel dicht bij de toenmalige slottoren. Op die plaats, waar in het begin van de 20e eeuw een moestuin was, werden althans rode tegels gevonden met bruine tekeningen ingebrand, die Vlaamse spreuken in gotische letters omkransen. Hierop staat:"Die tiit is kort", "(de d)oot is lank" en "Waeckt.." wat doet vermoeden dat het overblijfsels zijn van de kapelvloer. Delestré, o.c., D1. II, 138

In haar testament van 14 augustus 1483 beschikte Beatrijs van Muysen toen weduwe van Nicolaas van Heetvelde, dat na haar dood in de kapel van "huere hof ter Linth" eeuwigdurend drie missen per week zouden gelezen worden voor hun zielenheil en ze vermaakte hiervoor een rente van 15 Rijnse gulden, die haar stiefzonen Jan en Claes van Heetvelde en hun nakomelingen dienden te betalen. ARB Kerkelijk archief van Brabant, 8283: Norbertijnerabdij te Grimbergen, kapel van Lint, schepenbrief, (14 april 1485), zie bijlage 4

 
Het Lintkasteel, stille getuige van vele eeuwen geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden. Niets van deze site mag gecopieerd of herbruikt worden zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eigenaar van deze site.
 
Naar vorig hoofdstuk Naar volgend hoofdstuk
 
 
© www.lintkasteel.eu - ontwikkeld door webforyou.be
Niets van deze site mag gekopieerd of hergebruikt worden zonder uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eigenaar van deze site